“Off-Season”with Karl Philips
April 17th - May 9th, 2026.
‘Off-season’ names the moment when activity slows. Infrastructure pauses. Maintenance begins. For Karl Philips this interval becomes a point of observation.
A diving mask is transformed into an object that feels both politically charged and adventurous. Functioning as a body cam, it captures both worlds simultaneously. Nearby, a beach umbrella lies collapsed. Fabric has been replaced by industrial metal. The object resembles both shield and weapon. The work recalls an image widely circulated after a confrontation between tourists on the beach of Blankenberge in the summer of 2020. Removed from the event, the umbrella returns as a fragment, familiar yet unsettled.
Across the exhibition, everyday objects reappear slightly altered: a diving mask (‘Scuba’, 2025), sandals (‘Teva’, 2025), references to informal street economies (‘Liquidity’, 2021), and global payment systems (‘Mastercard’, ‘Bankcontact’, ‘Maestro’, 2025). Each object points outward: to routes, to exchange, to movement across borders and/ or markets.
Downstairs in the gallery, for ‘Les Routiers sont Sympa’ (2025), Philips compiled the names of transport companies encountered on Belgian motorways. The material is assembled in a watercolor poster drawing that echoes roadside advertising while introducing references to well-known Belgian artists. Here, the focus lies on a series of works that turn toward the landscapes of logistics and transit crossing Belgium. Highways, trucks, and service stations usually pass unnoticed. Here they become sites of attention.
Other works extend this field of attention. ‘Drive Light’ and ‘Drive Night’ (2025) reflect on continuous mobility and the infrastructures that sustain it. ‘Trickle Down’ (2025) and ‘Go Pro’ (2024) shift the focus toward the delicate reciprocity between human activity and natural environments. In Philips’ installations, objects do not illustrate these systems. They linger within them. Slightly displaced, they allow everyday structures—routes, transactions, crossings—to briefly surface.
Amid the ordinary language of transport culture, it asks a simple question: what else passes through these routes? What happens after? (‘Van de Poel Transport’, 2026)
The work moves between documentation and speculation. Each piece is interconnected, delving into the delicate balance between tourism and migration. In an era where some capture their lives with GoPro cameras, others are simply documenting their survival.
︎ See the exhibition
‘Off-season’ names the moment when activity slows. Infrastructure pauses. Maintenance begins. For Karl Philips this interval becomes a point of observation.
A diving mask is transformed into an object that feels both politically charged and adventurous. Functioning as a body cam, it captures both worlds simultaneously. Nearby, a beach umbrella lies collapsed. Fabric has been replaced by industrial metal. The object resembles both shield and weapon. The work recalls an image widely circulated after a confrontation between tourists on the beach of Blankenberge in the summer of 2020. Removed from the event, the umbrella returns as a fragment, familiar yet unsettled.
Across the exhibition, everyday objects reappear slightly altered: a diving mask (‘Scuba’, 2025), sandals (‘Teva’, 2025), references to informal street economies (‘Liquidity’, 2021), and global payment systems (‘Mastercard’, ‘Bankcontact’, ‘Maestro’, 2025). Each object points outward: to routes, to exchange, to movement across borders and/ or markets.
Downstairs in the gallery, for ‘Les Routiers sont Sympa’ (2025), Philips compiled the names of transport companies encountered on Belgian motorways. The material is assembled in a watercolor poster drawing that echoes roadside advertising while introducing references to well-known Belgian artists. Here, the focus lies on a series of works that turn toward the landscapes of logistics and transit crossing Belgium. Highways, trucks, and service stations usually pass unnoticed. Here they become sites of attention.
Other works extend this field of attention. ‘Drive Light’ and ‘Drive Night’ (2025) reflect on continuous mobility and the infrastructures that sustain it. ‘Trickle Down’ (2025) and ‘Go Pro’ (2024) shift the focus toward the delicate reciprocity between human activity and natural environments. In Philips’ installations, objects do not illustrate these systems. They linger within them. Slightly displaced, they allow everyday structures—routes, transactions, crossings—to briefly surface.
Amid the ordinary language of transport culture, it asks a simple question: what else passes through these routes? What happens after? (‘Van de Poel Transport’, 2026)
The work moves between documentation and speculation. Each piece is interconnected, delving into the delicate balance between tourism and migration. In an era where some capture their lives with GoPro cameras, others are simply documenting their survival.
︎ See the exhibition

Upcoming in Ghent
“its my party and I cry if I want to (40 ans d’être moi-même)”
Opening Saturday March 21, 2026
from 2 - 10 pm
March 21 - April 26, 2026
Op 21 maart, een datum die zich aandient als een nulpunt: een moment waarop tijd niet lineair maar circulair lijkt te functioneren.
Ceulers staat bekend om een procesgerichte abstractie waarin schilderen een vorm van denken is — in lagen, in hernemingen, in verschuivingen. Voor deze tentoonstelling onderbreekt hij dat traject met een reeks zelfportretten. Niet als bekentenis, niet als egodocument, maar als dispositief. Het zelfportret verschijnt hier als methode: een instrument om afstand te nemen van het persoonlijke en het om te buigen naar iets algemeners.
Sommige werken tonen een herkenbare figuur, bijna klassiek in hun directheid. Andere lossen dat beeld weer op en zoeken naar een fundamentelere vertaling van wat het betekent om vandaag een leeftijd te dragen. Veertig wordt geen biografisch feit, maar een projectievlak. Wat schrijft de wereld op dit moment op een lichaam? En welke ficties schrijft dat lichaam terug?
De tentoonstelling beweegt zich tussen micro en macro: tussen de anekdote en de categorie, tussen inside joke en maatschappelijk raster. Ze raakt aan het hardnekkige etiket “emerging”, een term die ooit belofte inhield maar inmiddels een administratieve categorie is geworden — een toestand die langer duurt dan voorzien en zich moeilijk laat verlaten.
Ook het narratief van de midlifecrisis verschijnt, niet als dramatisch keerpunt maar als cultureel scenario. Een overgeleverd script uit een andere demografie, dat vandaag nog slechts gedeeltelijk werkt. In plaats van crisis zien we hier een heronderhandeling: van identiteit, van positie, van verwachtingen.
It’s my party and I cry if I want to (40 ans d’être moi-même) is geen viering en geen afrekening. Het is een tijdelijke ordening van beelden rond een moment dat zich niet laat fixeren. Zoals bij Ceulers vaker het geval is, ligt de betekenis niet in het motief maar in de beweging eromheen — in wat verschuift terwijl we kijken.
︎ See the exhibition
Opening Saturday March 21, 2026
from 4 - 10 pm
March 21 - April 26, 2026
kunst bekijken zonder te lezen - of – op zoek naar Kunst waarmee geen connectie met Artificiële intelligentie gemaakt kan worden
Ik bezoek graag musea of andere tentoonstellingen. Ik kijk NIET eerst naar de naam-, titel- en datumlabels. Ik bekijk de kunstwerken in afwachting van mijn intuïtieve en intellectuele reactie. Als kunstwerken mij sterk en onmiddellijk aanspreken, ga ik na of dit werk beschikbaar is. Dan bekijk ik de naam, titel en datum op het label. Als dit werk beschikbaar is en ik het kan betalen, koop ik het onmiddellijk, zonder na te denken over waar ik het moet/kan plaatsen. En zonder te onderhandelen over de gevraagde prijs.
Het gebeurde eens dat ik op een biënnale in Nederland een sculptuur (voor binnen) van een jonge kunstenares kocht; het was meer dan 6 meter lang. Toen ik na mijn aankoop thuiskwam, besefte ik dat het erg moeilijk zou worden om een plek te vinden om het werk te installeren. Gelukkig vond ik één plek in mijn huis waar het (perfect) paste. Slechts één plek (!). De jonge kunstenares installeerde het samen met haar vader en haar vriend, die het werk met een vrachtwagen hadden gebracht, en na de installatie waren ze erg blij met deze oplossing/ installatie. En elke bezoeker, elke vriend die het beeld voor het eerst ziet, is erg verrast en spreekt er positief over, zelfs mensen die geen kennis van /of interesse in / hedendaagse kunst hebben. Het was het eerste kunstwerk dat deze jonge kunstenares in haar leven verkocht, ze zat nog op de academie en was ongeveer 23 jaar oud.
Een andere aankoop die ik enkele jaren geleden deed, was van een (op de kunstmarkt) niet gekende kunstenaar. Het was zijn eerste tentoonstelling in een galerie/uitgeverij in Brussel. Na de tentoonstelling nam ik het werk mee naar huis, maar ik besefte al snel dat ik er in mijn privéwoning/- ruimte geen geschikte plek voor vond en er niet graag naar keek (in verband met mijn interieur). Dit werk heeft een zeer grote ruimte nodig, en ik denk dat het meer thuishoort in een openbare ruimte dan in een privéruimte. Ik heb natuurlijk geen spijt dat ik het gekocht heb.
Het werk is gemaakt door Thiel E. Man (Sans titre, 2021) en maakt deel uit van deze installatie proberen te benaderen in Pizza Gallery Gent (BE).
De titel van deze solotentoonstelling: Poging tot toenadering & iets heel Nieuws .
Ik zal het werk van Thiel E. Man heel pragmatisch benaderen: ik zal in mijn opslagplaats zoeken naar werken van mijzelf die nooit zijn tentoongesteld en die hetzelfde (of een vergelijkbaar) formaat hebben; niets anders. En deze samen met het ene werk van Thiel E. Man op één of twee muren installeren. Het werk van Thiel E. Man zal bedekt blijven met een doek, daaronder een labeltje please don’t touch the artwork(s).
Artificiële intelligentie zou zo'n installatie niet kunnen creëren, omdat het tot nu toe nog geen goed oog voor proporties heeft geleerd, en vooral niet om deze reden: een menselijke of intellectuele benadering vereist geen goed oog voor proporties.
& iets heel Nieuws Op een andere muur zal een (traditionele) presentatie te zien zijn van mijn meest recente werken uit dit prille jaar 2026.
Tussen deze twee installaties Poging tot toenadering & iets heel Nieuws zijn er werken vanuit de werkserie ref. KEIKU (Keine Kunst) te zien; een lange reeks/strook(?) met weinig plaats om op te hangen (dakconstructie/ architecturale structuur):
Soms vind je geld op de grond, op straat. Vanaf een bepaald moment, ongeveer 20 jaar geleden, begon ik de toevallig gevonden bankbiljetten in een map te bewaren; elke vondst apart in een doorzichtige hoes plus een vel papier met de vindplaats en de vinddatum. De vaak verfrommelde bankbiljetten stralen een bijzondere schoonheid uit. Dat was de reden waarom ik ze niet als geld gebruikte. Pas vorig jaar kwam ik op het idee om de vondsten in te lijsten en te voorzien van gegraveerde koperen plaatjes (vindplaats & datum). In 2020 realiseerde ik me dus dat deze werken, die in de loop van vele jaren zijn ontstaan, deel uitmaken van mijn werkserie KEIKU (geen kunst).
Het idee voor deze serie werken (KEIKU) ontstond in de loop van tientallen jaren, vanaf het begin van de jaren tachtig, toen Franz West werken van mij wilde ruilen voor pseudokunst die niet van hemzelf afkomstig was, maar van zijn familie. Daar ging ik vriendelijk op in. Later kwamen er andere artefacten bij, bijvoorbeeld een werk dat door Koen Theys was gesigneerd, maar als kunst was gedeclasseerd. Verder werken met betrekking tot Franz West, Georg Baselitz, Erwin Wurm, Fiona McKay, A. Plason, Jancs Szenior, Hermann Nitsch, Kurt Ryslavy, Mieke Van Schaijk, Marcel Duchamp, Walter Swennen, Dirk Braeckman, Elisabeth Ida Mulyani, Geert Bisschop, e.a.
Het eerste idee voor de titel van de catalogus Het is geen Kunst Fake News te makenontstond tijdens het eerste presidentschap van Donald Trump tussen 2016 en 2017. Een eerste presentatie van de werken vond plaats in de Mieke Van Schaijk Galerie in 's-Hertogenbosch (NL), als solotentoonstelling Kurt Ryslavy 2018; geen enkel KEIKU-werk kon worden verkocht, wat betekent dat het niet door het publiek werd geaccepteerd.
︎ See the exhibition
“its my party and I cry if I want to (40 ans d’être moi-même)”
with Michiel Ceulers”
Opening Saturday March 21, 2026
from 2 - 10 pm
March 21 - April 26, 2026
Op 21 maart, een datum die zich aandient als een nulpunt: een moment waarop tijd niet lineair maar circulair lijkt te functioneren.
Ceulers staat bekend om een procesgerichte abstractie waarin schilderen een vorm van denken is — in lagen, in hernemingen, in verschuivingen. Voor deze tentoonstelling onderbreekt hij dat traject met een reeks zelfportretten. Niet als bekentenis, niet als egodocument, maar als dispositief. Het zelfportret verschijnt hier als methode: een instrument om afstand te nemen van het persoonlijke en het om te buigen naar iets algemeners.
Sommige werken tonen een herkenbare figuur, bijna klassiek in hun directheid. Andere lossen dat beeld weer op en zoeken naar een fundamentelere vertaling van wat het betekent om vandaag een leeftijd te dragen. Veertig wordt geen biografisch feit, maar een projectievlak. Wat schrijft de wereld op dit moment op een lichaam? En welke ficties schrijft dat lichaam terug?
De tentoonstelling beweegt zich tussen micro en macro: tussen de anekdote en de categorie, tussen inside joke en maatschappelijk raster. Ze raakt aan het hardnekkige etiket “emerging”, een term die ooit belofte inhield maar inmiddels een administratieve categorie is geworden — een toestand die langer duurt dan voorzien en zich moeilijk laat verlaten.
Ook het narratief van de midlifecrisis verschijnt, niet als dramatisch keerpunt maar als cultureel scenario. Een overgeleverd script uit een andere demografie, dat vandaag nog slechts gedeeltelijk werkt. In plaats van crisis zien we hier een heronderhandeling: van identiteit, van positie, van verwachtingen.
It’s my party and I cry if I want to (40 ans d’être moi-même) is geen viering en geen afrekening. Het is een tijdelijke ordening van beelden rond een moment dat zich niet laat fixeren. Zoals bij Ceulers vaker het geval is, ligt de betekenis niet in het motief maar in de beweging eromheen — in wat verschuift terwijl we kijken.
︎ See the exhibition
“Poging tot Toenadering (2026), Geen Kunst (2020-26), Iets heel Nieuws (2026)” with Kurt Ryslavy
Opening Saturday March 21, 2026
from 4 - 10 pm
March 21 - April 26, 2026
kunst bekijken zonder te lezen - of – op zoek naar Kunst waarmee geen connectie met Artificiële intelligentie gemaakt kan worden
Ik bezoek graag musea of andere tentoonstellingen. Ik kijk NIET eerst naar de naam-, titel- en datumlabels. Ik bekijk de kunstwerken in afwachting van mijn intuïtieve en intellectuele reactie. Als kunstwerken mij sterk en onmiddellijk aanspreken, ga ik na of dit werk beschikbaar is. Dan bekijk ik de naam, titel en datum op het label. Als dit werk beschikbaar is en ik het kan betalen, koop ik het onmiddellijk, zonder na te denken over waar ik het moet/kan plaatsen. En zonder te onderhandelen over de gevraagde prijs.
Het gebeurde eens dat ik op een biënnale in Nederland een sculptuur (voor binnen) van een jonge kunstenares kocht; het was meer dan 6 meter lang. Toen ik na mijn aankoop thuiskwam, besefte ik dat het erg moeilijk zou worden om een plek te vinden om het werk te installeren. Gelukkig vond ik één plek in mijn huis waar het (perfect) paste. Slechts één plek (!). De jonge kunstenares installeerde het samen met haar vader en haar vriend, die het werk met een vrachtwagen hadden gebracht, en na de installatie waren ze erg blij met deze oplossing/ installatie. En elke bezoeker, elke vriend die het beeld voor het eerst ziet, is erg verrast en spreekt er positief over, zelfs mensen die geen kennis van /of interesse in / hedendaagse kunst hebben. Het was het eerste kunstwerk dat deze jonge kunstenares in haar leven verkocht, ze zat nog op de academie en was ongeveer 23 jaar oud.
Een andere aankoop die ik enkele jaren geleden deed, was van een (op de kunstmarkt) niet gekende kunstenaar. Het was zijn eerste tentoonstelling in een galerie/uitgeverij in Brussel. Na de tentoonstelling nam ik het werk mee naar huis, maar ik besefte al snel dat ik er in mijn privéwoning/- ruimte geen geschikte plek voor vond en er niet graag naar keek (in verband met mijn interieur). Dit werk heeft een zeer grote ruimte nodig, en ik denk dat het meer thuishoort in een openbare ruimte dan in een privéruimte. Ik heb natuurlijk geen spijt dat ik het gekocht heb.
Het werk is gemaakt door Thiel E. Man (Sans titre, 2021) en maakt deel uit van deze installatie proberen te benaderen in Pizza Gallery Gent (BE).
De titel van deze solotentoonstelling: Poging tot toenadering & iets heel Nieuws .
Ik zal het werk van Thiel E. Man heel pragmatisch benaderen: ik zal in mijn opslagplaats zoeken naar werken van mijzelf die nooit zijn tentoongesteld en die hetzelfde (of een vergelijkbaar) formaat hebben; niets anders. En deze samen met het ene werk van Thiel E. Man op één of twee muren installeren. Het werk van Thiel E. Man zal bedekt blijven met een doek, daaronder een labeltje please don’t touch the artwork(s).
Artificiële intelligentie zou zo'n installatie niet kunnen creëren, omdat het tot nu toe nog geen goed oog voor proporties heeft geleerd, en vooral niet om deze reden: een menselijke of intellectuele benadering vereist geen goed oog voor proporties.
& iets heel Nieuws Op een andere muur zal een (traditionele) presentatie te zien zijn van mijn meest recente werken uit dit prille jaar 2026.
Tussen deze twee installaties Poging tot toenadering & iets heel Nieuws zijn er werken vanuit de werkserie ref. KEIKU (Keine Kunst) te zien; een lange reeks/strook(?) met weinig plaats om op te hangen (dakconstructie/ architecturale structuur):
Soms vind je geld op de grond, op straat. Vanaf een bepaald moment, ongeveer 20 jaar geleden, begon ik de toevallig gevonden bankbiljetten in een map te bewaren; elke vondst apart in een doorzichtige hoes plus een vel papier met de vindplaats en de vinddatum. De vaak verfrommelde bankbiljetten stralen een bijzondere schoonheid uit. Dat was de reden waarom ik ze niet als geld gebruikte. Pas vorig jaar kwam ik op het idee om de vondsten in te lijsten en te voorzien van gegraveerde koperen plaatjes (vindplaats & datum). In 2020 realiseerde ik me dus dat deze werken, die in de loop van vele jaren zijn ontstaan, deel uitmaken van mijn werkserie KEIKU (geen kunst).
Het idee voor deze serie werken (KEIKU) ontstond in de loop van tientallen jaren, vanaf het begin van de jaren tachtig, toen Franz West werken van mij wilde ruilen voor pseudokunst die niet van hemzelf afkomstig was, maar van zijn familie. Daar ging ik vriendelijk op in. Later kwamen er andere artefacten bij, bijvoorbeeld een werk dat door Koen Theys was gesigneerd, maar als kunst was gedeclasseerd. Verder werken met betrekking tot Franz West, Georg Baselitz, Erwin Wurm, Fiona McKay, A. Plason, Jancs Szenior, Hermann Nitsch, Kurt Ryslavy, Mieke Van Schaijk, Marcel Duchamp, Walter Swennen, Dirk Braeckman, Elisabeth Ida Mulyani, Geert Bisschop, e.a.
Het eerste idee voor de titel van de catalogus Het is geen Kunst Fake News te makenontstond tijdens het eerste presidentschap van Donald Trump tussen 2016 en 2017. Een eerste presentatie van de werken vond plaats in de Mieke Van Schaijk Galerie in 's-Hertogenbosch (NL), als solotentoonstelling Kurt Ryslavy 2018; geen enkel KEIKU-werk kon worden verkocht, wat betekent dat het niet door het publiek werd geaccepteerd.
︎ See the exhibition























































